Bosgebied De Pals

Natuurgebied
Bosreservaat
Een deel van bosgebied  “De Pals” wordt beschouwd als bosreservaat. Dit betekent dat er in dit deel van het bos zo min mogelijk wordt bijgestuurd door de beheerder en dat natuurlijke processen de bosontwikkeling bepalen. Zo worden bijvoorbeeld na een storm de omgewaaide bomen niet opgeruimd. We spreken dan over zelfregulerend bos waar het afsterven van bomen samengaat met het opkomen van nieuwe bomen en struiken. De gemeente Bladel nodigt u uit om mee te kijken hoe het reservaat zich ontwikkelt. U kunt in het reservaat vrij wandelen op wegen en paden.
Waarom een bosreservaat?
Het instellen van een bosreservaat is om verschillende redenen zinvol. De beheerder kan met spontane ontwikkelingen in het bosreservaat ervaring opdoen en de opgedane kennis toepassen in andere delen van het bos. Door in een stuk bos de natuurlijke ontwikkeling niet te verstoren, zal het bos steeds ouder worden. Oud bos en oude bosbodems zijn relatief zeldzaam in Nederland. In het bosgebied De Pals komen zeer oude dennen en eiken voor. Er zijn opstanden van Grove den die in 1882 al zijn aangeplant. Op een oude en onverstoorde bosbodem groepen op den duur bijzondere plantensoorten. Voorbeelden daarvan zijn de varensoort dubbelloof, dalkruid en kamperfoelie. Ook allerlei diersoorten profiteren van der rust in het bosreservaat.
Oorspronkelijk bos
Boomsoorten die niet van oorsprong in Nederland thuishoren noemen we uitheems. Sommige uitheemse soorten zijn bedreigend voor de ontwikkeling van natuurlijk bos. Voorbeelden daarvan zijn de Amerikaanse eik en de Amerikaanse vogelkers. Door het dominante karakter van deze bomen worden inlandse boom- en struiksoorten verdrongen. Daarom zijn in 2004 de meeste Amerikaanse eiken gekapt. Het resultaat daarvan is een bos met veel open plekken en een flink aandeel dood hout. Daarnaast zal de oorspronkelijke vochtige situatie van dit deel van het bosgebied hersteld worden. Dit zijn prima uitgangspunten voor de terugkeer van de oorspronkelijke flora en fauna.
Dood hout
Een van de belangrijkste kenmerken van een natuurlijk bos is een flink aandeel dood hout. Dood hout is de voedingsbodem voor vele schimmels en insecten. Dikkere dode bomen zijn daardoor van groot belang voor insecteneters als de Zwarte specht. Spechten hakken hun nesten uit in dikke bomen. Deze holtes zijn jaren erna nog geschikt als rustplaats voor andere holenbroeders en verschillende soorten vleermuizen. In de zomerdag gebruiken vleermuizen ook wel loszittende schorsplaten om zich achter re verschuilen.
Rosse vleermuizen
Rosse vleermuizen wonen het hele jaar door in kolonies in holle bomen, met een voorkeur voor eiken en beuken. Ze zijn in de vlucht ongeveer zo groot als een spreeuw. Het is een van de grootste vleermuissoorten, met een spanwijdte van bijna 40 cm. In de zomer vormen vrouwtjes kraamkolonies, waar ze hun jongen grootbrengen. In de winter komen de dieren bij elkaar voor de warmte. Het geluid van de roepende dieren verraadt vaak de kolonie. Het is een hoog getsjirp dat onregelmatig herhaald wordt.
Zwarte specht
De Zwarte specht is lange tijd zeer zeldzaam geweest in Noord-Brabant, maar komt inmiddels ook weer in de Bladelse bossen voor. Als nestbomen zijn dikke oude bomen geschikt. Vaak maakt de specht zijn nest in afstervende en dode bomen. De Zwarte specht vindt zijn belangrijkste voedsel (hout-mieren) voor een groot deel in de jonge culturen met grove den. Ook zoekt de Zwarte specht larven en kevers in dood hout.

Contactgegevens

Bosgebied De Pals

5527 JK Hapert

Model.NdtrcItem.HouseNumber
5527 JK, Hapert