Wandelen in Someren; de Keelvenroute

Het is een landschappelijk aantrekkelijke wandeling door een bos-, heide- en vennengebied. De wandeling voert ons door het natuurontwikkelingsgebied Het Keelven. Dit van oorsprong voedselarme gebied Somerense Heide bestond uit grote uitgestrekte heidevelden met moerassige delen en enkele vennen. Op de zogenaamde woeste grond lieten de boeren hun schapen grazen. Daarmee hielden ze de heide in stand. Vanaf 1930 is het heidegebied ontgonnen en is er een productiebos van gemaakt met voornamelijk aanplant van Grove Den. Dit dennenhout kraakt voordat het bezwijkt en was daarom erg gewild als stuthout in de Nederlandse kolenmijnen. Aangezien de hoofdfunctie voor de houtproductie verdween en de kwaliteit van de bomen over het algemeen erg matig was, is in 1998 gestart met het Natuurontwikkelingsproject ”Keelven en omgeving”. Uitgangspunt was om het Keelvengebied recreatief aantrekkelijker te maken en om te vormen naar de situatie zoals die vroeger was: een groot heidegebied met vennen. Om dit te bereiken werd circa 15 hectare slecht groeiend naaldhout geveld. Om de open ruimte aantrekkelijker te maken is in dit gebied gebruik gemaakt van het bestaande reliëf (vroegere vennen) en verder zijn er enkele kleinere vennen uitgebaggerd. De nieuwe vennen bestaan uit open water en een brede natuuroever met een plas-dras zone waarin zich ven- en natte heidevegetaties kunnen ontwikkelen. Vroeger ontstonden natuurlijke vennen door uitwaaien van zand na de laatste ijstijd. Ze konden water vasthouden dankzij een ondoordringbare laag in de ondergrond. In dit gebied komen wel 75 soorten mos voor. Twee ervan, Ruig- en Zandhaarmos, zijn echte pionierplanten. Deze planten komen alleen voor op zanderige plekken of langs bospaden. De kleine zeegroene plantjes houden het zand vast en bieden daarmee andere planten gelegenheid om te kiemen. De vrouwelijke plantjes hebben in het voorjaar een steeltje met daarop een sporenkapsel. De mannelijke planten zijn dan getooid met prachtige oranjerode rozetjes. Het beheer van het gebied is er op gericht om in een bos zowel natuur, bosbeleving als houtproductie tot zijn recht te laten komen via integraal bosbeheer: het beheer van bossen met zowel loofhout als naaldhout, jonge bomen en volwassen bomen, struikvegetatie, omgewaaide stammen, open plekken en dood hout. Ook de heide zal beheerd moeten worden. Een probleem vormt het Pijpenstrootje. De lange egale stengels van deze grassoort werden vroeger gebruikt om het kanaaltje van aardewerk pijpen te maken en ook om de steel open te houden. Imkers gebruikten de lange buigzame stengels om bijenkorven te maken. Pijpenstrootje kan zich in korte tijd sterk uitbreiden. De plant vormt dichte pollen die steeds hoger worden. Andere planten worden zo overwoekerd. Maaien en begrazing door pony’s en Schotse Hooglanders moet vergrassing van het gebied tegengaan. Bij de vennen zijn Libellen zeker geen zeldzaamheid. Ze zijn absoluut niet gevaarlijk. Ze hebben geen angel of steekorgaan. Massa’s vliegen en muggen worden door libellen verorberd. De eitjes worden in het water gelegd. Ze gebruiken bomen in de buurt als schuilplaats bij wind en regen. De larven van de libellen die in het water leven, zijn jagers die onder andere dol zijn op kikkerlarven (dikkopjes).

Praktische informatie

Tocht/Route
Afstand 7