Oude Stadhuis

Een kers op de taart voor bruidsparen, maar ook voor Hagenaars en bezoekers van de stad, is het prachtige Oude Stadhuis op de Dagelijkse Groenmarkt. Hier werden misdadigers veroordeeld, aktes getekend en besluiten voor de stad genomen. Op het bordes werd in 1917 het kiesrecht afgekondigd, en Koning Willem Alexander gaf hier de geboorte van de drie prinsessen van Oranje aan.

Het Oude Stadhuis bestaat uit twee delen: het 16e-eeuwse deel aan de Dagelijkse Groenmarkt en een 18e-eeuwse uitbreiding aan de Grote Halstraat. Het gebouw is in de jaren 70 van de vorige eeuw ingrijpend gerestaureerd. Als gemeentehuis is het niet meer in gebruik, behalve voor huwelijken.

Dorp zonder stadsmuren
In de 15e eeuw stond aan de Dagelijkse Groenmarkt het Hof van Brederode, het woonhuis van de gelijknamige adellijke familie. Het was hoog en droog gebouwd op een strandwal, een natuurlijke verhoging in het landschap. In 1450 werd het pand in gebruik genomen als Dorpshuys, van waaruit het dorp Die Haghe werd bestuurd. Stadsmuren waren er niet, dus het toenmalige Den Haag was kwetsbaar voor plunderaars en vijandelijke invallers.

De bewoners wilden meer veiligheid en zamelden geld in voor stadsmuren. Maar de burgervaders (in die tijd waren er altijd meerdere burgemeesters) hadden een snood plan: het geld kwam goed van pas voor de bouw van een stadhuis. Stadsmuren zijn er nooit gekomen.

Hollandse Renaissance
Het Hof van Brederode ging plat, op de kelders na. Die zitten er nog steeds. Daarop verrees in 1565 het Stedehuys, het tegenwoordige Oude Stadhuis. Dit een pronkstuk in de stijl van de Hollandse Renaissance. Die kenmerkt zich door trapgevels, kruiskozijnen, ornamenten zoals frontons en het gebruik van metselwerk van baksteen afgewisseld met natuursteen.

Het Oude Stadhuis kreeg een toren en een klein bordes, maar een voorplein ontbrak. Dat kwam door de ligging op de strandwal en de huizen die er dicht bij stonden, wat voor die tijd gebruikelijk was. Vrouwenbeelden van Geloof, Hoop, Liefde, Gerechtigheid en Voorzichtigheid sieren de weelderige gevel. Wie de bouwmeester was, is tot op heden een raadsel.

Vierschaar
Niet alleen de buitenkant van het Oude Stadhuis is één en al pracht en praal, ook het interieur is spectaculair. De stijlkamers en schilderijen ademen de statigheid en weelderigheid uit van het rijke verleden.

De oudste zaal is de Vierschaar of Schepenzaal, waar vier scharen of banken in een vierkant werden gezet voor de schout en de schepenen, die hier hun oordeel velden over goed of kwaad. De kamer is verder nogal sober, maar daardoor springt het schepengestoelte uit 1671 met de vergulde versieringen en het smeedijzer er extra uit. De Graven en Gravinnen van Holland kijken toe vanaf hun portretten aan de wand. Onder de vierschaar bevindt zich het cachot waar boeven werden opgesloten, hoorbaar en zichtbaar voor iedereen. Het toegangstrapje naar de Vierschaar werd gebruikt om aankondigingen te doen aan de burgerij.

Het plafond van de ernaast gelegen voormalige burgemeesterskamer is in 1682 rijkelijk beschilderd door Theodorus van der Schuer, een van de oprichters van de Haagse Tekenacademie. Tegen dit plafond vinden we onder andere het Oog der Gerechtigheid en Vrouwe Justitia. Ook de andere stijlkamers zijn een lust voor het oog.

Nieuwe vleugel
De Magistraat bestuurde vanuit het Oude Stadhuis het uitdijende dorp Die Haghe, dat steeds meer stadse trekken begon te vertonen. Reden om aan de kant van het Kerkplein een grote vleugel aan te bouwen. Architect Daniël Marot maakte het ontwerp in Lodewijk XIV-stijl en Jan Baptist Xaverij maakte de beelden aan de gevel. De deftige zijgevel tegenover de Sint Jacobskerk is een bescheiden toepassing van de Franse barok in het Hollandse classicisme. In 1733 betrokken de bestuurders de aanbouw. In 1882 werd de gevel langs de Groenmarkt opgetrokken.

Net als de stad Den Haag barstte ook het stadsbestuur in de 19e eeuw uit zijn voegen. Daarom werd een dependance betrokken aan de Javastraat. Dit is tot 1972 in gebruik gebleven voor raadsvergaderingen. Tegelijkertijd huisde een deel van het stadsbestuur vanaf 1953 in een pand aan de Patijnlaan.

Het is inmiddels bijna niet meer voor te stellen, maar naast dit Oude Stadhuis heeft van 1972 tot 1994 een moderne, betonnen aanbouw gestaan als vervanging voor de raadszaal met voorlichtingscentrum om het gebrek aan ruimte op te vangen. Deze aanbouw verdween toen het hypermoderne, hagelwitte nieuwe stadhuis aan de Kalvermarkt in gebruik werd genomen, in 1995.

Op het bordes van het oude stadhuis op de Groenmarkt is op 12 december 1917 door de gemeentesecretaris M. van Reenen het algemeen (mannen)kiesrecht afgekondigd.